UDEN –  Braakballen, haren, veren, keutels, schedels, prooiresten, botten, afgestroopte amfibiehuidjes, vervellingen van reptielen en nog veel meer liggen geordend en gedocumenteerd in een van de slaapkamers van dierensporenexpert Annemarie van Diepenbeek (69) uit Veghel. Deze unieke sporencollectie bestaat inmiddels uit vele duizenden stukken. “Ik zou er zo een museum van kunnen maken,” grapt Van Diepenbeek. Met haar veertig jaar veldervaring is zij dé autoriteit op het gebied van diersporen. Eind vorig jaar heeft Van Diepenbeek de vernieuwde Veldgids Diersporen Europa uitgebracht. Afgelopen zomer is daar de vijfde druk van de KNNV Veldgids Europese Zoogdieren aan toegevoegd, waar zij als co-auteur aan heeft meegewerkt.

Van Diepenbeek is in Venhorst geboren en heeft een groot aantal jaren in Uden gewoond. “We woonden vroeger op een boerderij en leefden dicht bij de natuur. De biologielessen vond ik altijd erg interessant. Nadat ik getrouwd was en een volle baan had in combinatie met mijn gezin adviseerde mijn broer mij om lid te worden van het KNNV in Eindhoven. Bij deze landelijke vereniging voor veldbiologie kon ik mijzelf optrekken aan de vele specialisten. Daar heb ik de grondbeginselen van veldonderzoek geleerd”, vertelt Van Diepenbeek. In haar werkzaam leven is ze 35 jaar directiesecretaresse geweest. “Daarna tot aan mijn pensioen, nu vijf jaar geleden, werkte ik tien jaar als projectleider bij RAVON. Daar kon ik van mijn hobby mijn beroep maken. Naast het geven van cursussen en het inventariseren en begeleiden van vrijwilligers heb ik er twee veldgidsen over de herkenning van amfibieën en reptielen samengesteld. Het herkennen van diersporen geeft elke natuurbeleving een spannende extra dimensie: het is alsof je het dier erbij ziet. Diersporen zijn overal te vinden. Prenten in de modder, een krab- of knaagspoor, een keutel of resten van een prooi. Wanneer je bij het gevonden spoor het dier op naam kunt brengen gaat er een wereld voor je open“, aldus Van Diepenbeek.

Wolf in de Maashorst
Ze vervolgt: “In 1999 heeft KNNV de eerste Veldgids Diersporen uitgebracht, daar is zeker twintig jaar onderzoeks- en veldwerk aan vooraf gegaan. Het schrijfwerk (typoscript) kostte mij drie jaar. Deze gids behandelde de sporen van zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën van Noordwest-Europa. Na zeven drukken en bijna twintig jaar later vroeg de uitgever in 2017 of ik de gids wilde herzien en opfrissen”. Dat heeft geresulteerd in een nieuwe versie waaraan ongeveer honderd soorten zijn toegevoegd. Naast diverse roofvogels, zijn dat onder andere de pardellynx, veelvraat, siesel maar ook de sporen van de wolf worden prominent behandeld. “Wanneer er een wolf in de Maashorst wordt gesignaleerd mogen ze mij gerust wakker maken. Daarvan gaat je bloed sneller stromen. De wolf is een toppredator en spreekt tot de verbeelding. Het mooiste zou zijn wanneer dit imposante roofdier een natuurlijke prooi in de Maashorst vangt, denk aan een ree.

Laatst had een wolf in de buurt van Boekel enkele schapen gedood, dat is natuurlijk minder. Ik heb geen moeite met de aanwezige grote grazers in het natuurgebied de Maashorst. Wat ik wel merk is dat daardoor de verruiging van grote stukken begrazingsgebied de overhand heeft. Tot voor kort kon je er nog honderden rugstreeppadden en zelfs de zeldzame kamsalamander of heikikker vinden. De laatste twee soorten zijn helaas verdwenen. De rugstreeppadden zijn er nog wel, maar in mindere mate. De droogte van de laatste jaren is daar ook debet aan. De nog aanwezige poelen drogen steeds verder op, waardoor ook het leefgebied voor de amfibieën verdwijnt”, weet Van Diepenbeek. Ze pleit ervoor om extra uitgerasterde poelen in het begrazingsgebied aan te leggen zodat dit ten goede komt aan de amfibieën in de Maashorst.

Achteruitgang dassenpopulatie
In de Maashorst leven diverse kleine zoogdieren waaronder de vos, eekhoorn, konijn, haas, egel, mol, muis, steenmarter en de das. In de jaren 70-80 van de vorige eeuw ging het niet goed met de dassenstand in Nederland. Door ruilverkaveling en het verkeer werd hun leefgebied snel ingeperkt. Mede dankzij de vereniging Das & Boom zijn er diverse beschermingsprojecten opgestart waardoor de populatie weer in aantal toenam. In 2000 waren er ongeveer vijftig dassenburchten in natuurgebied de Maashorst, inclusief Herperduin. Naast de achteruitgang van eekhoorns en konijnen loopt sinds 2005 de dassenpopulatie in de Maashorst gestaag terug. Van Diepenbeek schat het aantal bewoonde burchten op dit moment op ruim vijfentwintig. “De extreme droogte in de afgelopen drie zomers, het onttrekken van grondwater door de agrarische sector, maar ook het verdwijnen van malse weilanden en de toenemende recreatiedruk gaan ten koste van de dassenstand. Het zou mooi zijn wanneer er enkele groene weilandjes worden gecreëerd met daarop een aantal stuks jongvee. De dassen kunnen dan gemakkelijker aan hun belangrijkste voedsel, regenwormen, komen.”

“Mijn hartenwens is om ooit eens de otter in de regio te kunnen spotten. De Leijgraaf of de Aa zijn daar een goede plek voor. Ook zou het goed zijn wanneer er minder fiets- en wandelpaden het hart van de Maashorst doorkruisen. Het creëren van meer rustgebieden en afgeschermde stukjes natuur komen ten goede aan de flora en fauna van onze Maashorst.”

Tekst & foto’s: Peter Noy